ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9206
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th.C.M. Hendriks-Jansen
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening voorlopige voorziening in vreemdelingenrecht afgewezen
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een besluit tot niet-toelating en een uitzettingsbevel. De president van de rechtbank verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk omdat geen besluit betreffende niet-toelating was overgelegd binnen de gestelde termijn.
Vervolgens verzocht verzoeker om herziening van deze niet-ontvankelijkverklaring op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), stellende dat het overleggen van het uitzettingsbesluit voldeed aan de vereisten. De president oordeelde echter dat noch titel 8.3 Awb, noch artikel 8:88 Awb Pro hem bevoegdheid geeft om een uitspraak als bedoeld in titel 8.3 Awb te herzien.
Ook het verzoek om vervallenverklaring van de uitspraak wegens kennelijke misslag werd afgewezen, omdat het vereiste besluit niet tijdig was ingediend. De rechtbank concludeerde dat geen sprake was van omstandigheden die leiden tot toewijzing van proceskosten.
De uitspraak van 24 november 2000 blijft daarmee in stand en het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en het overige verzoek afgewezen.