ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9214
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-rechtsgeldige bekendmaking intrekking vestigingsvergunning vreemdeling
Eiser, een vreemdeling met de Joegoslavische nationaliteit, kreeg op 19 februari 1999 bericht dat zijn vergunning tot vestiging werd ingetrokken omdat hij volgens de Vreemdelingendienst sinds oktober 1997 niet meer in Nederland verbleef en zijn hoofdverblijf had verplaatst. Dit besluit werd aangetekend verzonden naar het laatst bekende adres van eiser, waar hij echter al 18 maanden niet meer woonde. Verweerder verklaarde het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk wegens laattijdige indiening, omdat het besluit naar het laatst bekende adres was gestuurd.
De rechtbank stelde vast dat deze verzending niet als rechtsgeldige bekendmaking kon worden aangemerkt, omdat verweerder wist dat eiser niet meer op dat adres woonde. Artikel 3:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat bekendmaking op andere wijze moet plaatsvinden als toezending naar het laatst bekende adres niet mogelijk is. Verweerder had het besluit niet op een andere geschikte wijze bekendgemaakt.
De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat de beleidsregel uit de Vreemdelingencirculaire 1994 (Vc) de verzending naar het laatst bekende adres als rechtsgeldige bekendmaking legitimeerde, omdat deze niet in overeenstemming is met artikel 3:41 Awb Pro in deze situatie. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar van eiser niet laattijdig was en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het gestorte griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en verklaart het beroep gegrond wegens niet-rechtsgeldige bekendmaking.