ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9223
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
De vreemdeling, van Nigeriaanse nationaliteit, werd op 27 mei 2000 staande gehouden in het kader van het Mobiel Toezicht Vreemdelingen en strafrechtelijk aangehouden vanwege het gebruik van een vervalst paspoort. Na beëindiging van het strafrechtelijk traject werd hij overgedragen aan de Vreemdelingendienst en in bewaring gesteld op grond van artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet.
De vreemdeling stelde dat hij niet adequaat was geïnformeerd over zijn recht op rechtsbijstand en dat de piketadvocaat hem niet opnieuw had bezocht na aanvang van het vreemdelingrechtelijke traject. De rechtbank oordeelde echter dat de aangewezen piketadvocaat wel degelijk op de hoogte was en dat de vreemdeling niet in zijn belangen was geschaad.
Verder was er voldoende grond voor de bewaring, aangezien de vreemdeling geen geldige verblijfs- of identiteitsdocumenten bezat, tegenstrijdige informatie gaf over zijn nationaliteit en een vervalst paspoort gebruikte. De rechtbank vond dat er een ernstig vermoeden bestond dat hij zich aan zijn uitzetting zou onttrekken.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat dit alleen kan worden toegekend indien de bewaring wordt opgeheven, wat hier niet het geval was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.