ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9252
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.E. van den Steenhoven-Drion
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating als vluchteling en vergunning verblijf wegens ontbreken gegronde vrees vervolging
Verzoeker, een Turkse Koerdische man van achttien jaar, vroeg asiel aan in Nederland en verzocht om een voorlopige voorziening tegen uitzetting. Hij stelde dat hij in Turkije herhaaldelijk was gearresteerd en mishandeld vanwege zijn Koerdische afkomst en de activiteiten van zijn neef bij de PKK. Tevens verwees hij naar een oproep voor een medische keuring die hij ontving, wat hij interpreteerde als een militaire dienstplichtoproep.
De rechtbank oordeelde dat de oproep slechts een medische keuring betrof en dat daadwerkelijke dienstplicht pas later wordt vastgesteld. Verder was verzoeker nog te jong om als dienstweigeraar te worden beschouwd. De arrestaties vonden plaats tijdens algemene controles in het dorp en verzoeker werd telkens zonder voorwaarden vrijgelaten, wat niet wijst op specifieke negatieve aandacht van Turkse autoriteiten.
Verweerder stelde dat er geen bewijs was van onoverkomelijke gewetensbezwaren of disproportionele straf bij dienstweigering en dat verzoeker zich elders in Turkije kon vestigen om problemen te vermijden. De rechtbank concludeerde dat verzoeker geen vluchteling was, geen klemmende humanitaire redenen had en dat zijn aanvraag terecht werd afgewezen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening en bezwaar afgewezen; geen verblijfsvergunning toegekend.