ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9258
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Blomsma
- J.H.M. Hesseling
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over vluchtelingenstatus en vestigingsalternatief Mandeër uit Irak
Eiser, een Mandeër uit Baghdad, vroeg asiel aan in Nederland wegens vrees voor vervolging door de Iraakse veiligheidsdienst, die hem zoekt vanwege vermeende betrokkenheid bij diefstal van goud, waarvoor zijn broer reeds ter dood is veroordeeld.
Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat er geen gegronde vrees voor vervolging bestaat en dat eiser een vestigingsalternatief heeft in Noord-Irak, ondanks het ontbreken van familie- of gemeenschapsbanden daar.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde vrees voor vervolging heeft, maar verwerpt het standpunt van verweerder dat Noord-Irak zonder meer een vestigingsalternatief is. Verweerder heeft nagelaten te onderzoeken of Mandeërs in Noord-Irak stabiele gemeenschappen vormen die nieuwkomers toegang bieden tot essentiële voorzieningen.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek en beveelt een nieuwe beslissing. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten en wijst het griffierecht toe aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek omtrent het vestigingsalternatief in Noord-Irak en de zaak wordt terugverwezen voor heroverweging.