ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9260
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening in zaak tijdelijke regeling witte illegalen
Verzoeker heeft een vergunning tot verblijf aangevraagd op grond van de tijdelijke regeling witte illegalen (TBV 1999/23). Verweerder wees het verzoek af omdat niet was aangetoond dat verzoeker in de betwiste periodes onafgebroken in Nederland verbleef.
Verzoeker overlegde diverse bewijsstukken, waaronder verklaringen van familieleden en een moskee, inschrijving bij het arbeidsbureau, loonbetalingen en medische verklaringen. Verweerder stelde dat deze stukken onvoldoende bewijs vormden, met name omdat getuigenverklaringen niet uit objectieve en verifieerbare bronnen zouden komen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte bewijsstukken buiten beschouwing liet en dat de getuigenverklaringen niet zonder meer konden worden afgewezen. Ook werd een tijdelijk verblijf in Turkije in 1996 niet tegen verzoeker gebruikt. De rechtbank concludeerde dat het bezwaar van verzoeker een redelijke kans van slagen heeft en dat uitzetting achterwege moet blijven zolang het bezwaar loopt.
De rechtbank wees het verzoek om voorlopige voorziening toe, veroordeelde verweerder in de proceskosten van ƒ1.420,-- en bepaalde dat het betaalde griffierecht van ƒ225,-- aan verzoeker wordt vergoed. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting blijft achterwege zolang bezwaar loopt.