ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9265
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking weigering verblijfsvergunning witte illegalenbeleid wegens onvoldoende motivering
Verzoeker, van Egyptische nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning op grond van de Tijdelijke regeling witte illegalen. De Staatssecretaris van Justitie wees dit verzoek af vanwege criminele antecedenten en het niet voldoen aan de voorwaarden van ononderbroken verblijf sinds 1 januari 1992.
Verzoeker stelde dat ondanks de criminele antecedenten sprake was van een samenstel van bijzondere factoren, waaronder een lange verblijfsduur, de medische situatie van zijn echtgenote en het Nederlandse staatsburgerschap van zijn gezin, die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom geen gebruik werd gemaakt van de inherente afwijkingsbevoegdheid.
De rechtbank stelde vast dat het beleid zoals neergelegd in TBV 1999/23 en de Vreemdelingencirculaire ook medische omstandigheden van gezinsleden als bijzondere factor erkent. De weigering was onvoldoende gemotiveerd, met name omdat de Staatssecretaris geen oog had gehad voor de belangenafweging met betrekking tot het familie- en gezinsleven. Het beroep werd gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en verweerder opgedragen binnen 10 weken opnieuw te beslissen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beschikking en draagt op tot hernieuwde beslissing met inachtneming van bijzondere factoren.