ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9267
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.E. van den Steenhoven-Drion
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens twijfel over afkomst vluchteling uit Sudan
Verzoeker, een Sudanese nationaliteit dragende persoon, diende een aanvraag om toelating als vluchteling in, welke door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) werd afgewezen wegens twijfel over zijn identiteit en afkomst. De IND baseerde deze twijfel op onjuiste antwoorden van verzoeker over zijn woonplaats Abri en het ontbreken van openbare bronnen die de door hem genoemde plaatsen bevestigen.
Verzoeker stelde dat verweerder een andere plaats Abri bedoelde dan hij, namelijk een kleine plaats in de provincie Kurdufan in het westen van Sudan, tegenover een grote plaats in het noorden. De rechtbank concludeerde dat deze onduidelijkheid over de woonplaats niet langer een reden is om de aanvraag af te wijzen zonder nader onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag ten onrechte binnen de Aanmeldcentrumprocedure was afgedaan en dat er aanleiding was om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Verweerder werd bevolen zich te onthouden van uitzetting tot vier weken na beslissing op het bezwaar en werd veroordeeld in de proceskosten van verzoeker. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt toegewezen en nader onderzoek bevolen.