ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9269
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Allewijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring wegens onttrekkingsgevaar vreemdeling
Een Algerijnse vreemdeling werd op 31 augustus 2000 in bewaring gesteld wegens het gevaar dat hij zich zou onttrekken aan uitzetting. De vreemdeling voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel van toepassing was, verwijzend naar een eerdere uitspraak waarin een vergelijkbare situatie tot toewijzing van schadevergoeding leidde. De rechtbank verwierp dit beroep omdat de omstandigheden wezen op een ernstig vermoeden van onttrekking aan verwijdering.
De vreemdeling beschikte niet over een geldig verblijfsrecht of identiteitsbewijs, was illegaal Nederland binnengekomen en had een vervalst reisdocument bij zich. Hoewel hij verklaarde via Frankrijk naar Spanje te willen reizen, achtte de rechtbank het aannemelijk dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken. Het feit dat hij mogelijk zichzelf uit Nederland zou verwijderen, was niet relevant.
De rechtbank distantieerde zich van de eerdere uitspraak waarin de positie van een vreemdeling gelijk werd gesteld aan die van een uitgeprocedeerde asielzoeker. Ook was gebleken dat de staatssecretaris voortvarend handelde, gezien de geplande uitzetting op 2 oktober 2000 die niet doorging vanwege zoekgeraakte bagage.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring rechtmatig was en dat het beroep ongegrond was. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af. Tegen dit vonnis was hoger beroep mogelijk voor zover het de schadevergoeding betrof.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.