ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9282
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting op grond van Tijdelijke regeling witte illegalen
Verzoeker, een Turkse vreemdeling, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning zonder beperkingen op grond van de Tijdelijke regeling witte illegalen. Verweerder wees deze aanvraag af omdat verzoeker niet voldeed aan de voorwaarde van ononderbroken verblijf in Nederland sinds 1 januari 1992.
Verzoeker voerde aan dat verweerder ten onrechte het bewijs niet voldoende waardeerde, met name het behandeloverzicht van zijn tandarts en verklaringen van derden zoals zijn huisbaas. Tevens stelde hij dat verweerder het gelijkheidsbeginsel schond door bewijsstukken van anderen anders te waarderen.
De president van de rechtbank oordeelde dat verweerder niet in redelijkheid kon besluiten de uitzetting niet achterwege te laten zolang het bezwaar nog niet was beslist. De president vond dat het bezwaar van verzoeker niet kansloos was en dat het bewijs niet anders mocht worden gewaardeerd dan in vergelijkbare zaken.
Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen en werd verweerder veroordeeld in de proceskosten. Het besluit tot uitzetting wordt daarmee voorlopig opgeschort totdat de bodemprocedure is afgerond.
Uitkomst: De voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt toegewezen en de uitzetting wordt opgeschort tot op het bezwaar is beslist.