ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9291
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit in witte-illegalenbeleid
Verzoeker, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning onder de tijdelijke regeling witte illegalen. Verweerder wees deze aanvraag af en besloot dat verzoeker de behandeling van bezwaar niet in Nederland mocht afwachten, met een uitzettingsdreiging tot gevolg.
Verzoeker stelde dat hij sinds 1 januari 1992 onafgebroken in Nederland verbleef en overlegde diverse bewijsstukken, waaronder getuigenverklaringen, inschrijvingen in de gemeentelijke basisadministratie, vrijwilligerswerk en taalvaardigheid. Verweerder betwistte dit en vond dat verzoeker onvoldoende objectief bewijs leverde van ononderbroken verblijf na 18 februari 1992.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker in de bezwaarfase aanzienlijk meer bewijs had aangevoerd dan in de primaire fase en dat niet kon worden uitgesloten dat hij zijn verblijf gedurende de vereiste periode aannemelijk kon maken. Verweerder moest de bewijsstukken zorgvuldig en samenhangend beoordelen en getuigenverklaringen niet vooraf als minderwaardig bestempelen.
Daarom woog het belang van verzoeker bij het afwachten van de bezwaarprocedure zwaarder dan het belang van verweerder bij onmiddellijke uitzetting. De rechtbank verbood de uitzetting totdat op het bezwaar was beslist en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt toegewezen totdat op bezwaar is beslist.