ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9293
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.C.M. Hendriks-Jansen
- Rechtspraak.nl
Bewaring vreemdeling niet gescheiden van volwassenen in strijd met kinderrechtenverdrag
Een minderjarige vreemdeling werd op 28 augustus 2000 in bewaring gesteld wegens illegaal verblijf en uitzettingsbevel. De rechtbank constateerde dat de piketcentrale tijdig was geïnformeerd over de inbewaringstelling, ondanks afwezigheid van de advocaat tijdens het verhoor. De vreemdeling was niet gescheiden van volwassenen in het Huis van Bewaring, wat in strijd is met artikel 37 sub c van Pro het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. De rechtbank beval dat maatregelen worden genomen om de bewaring conform het Verdrag te brengen.
De rechtbank oordeelde dat de inbewaringstelling rechtmatig was vanwege het ontbreken van verblijfstitel, identiteitspapieren en vaste verblijfplaats, en het vermoeden dat de vreemdeling zich aan uitzetting zou onttrekken. Het verzoek om opheffing van de bewaring werd afgewezen, evenals het verzoek om schadevergoeding, omdat de bewaring niet onrechtmatig was en het verzoek om schadevergoeding alleen kan worden toegewezen bij opheffing van de bewaring.
De rechtbank stelde vast dat de vreemdeling binnenkort schriftelijk zal worden gepresenteerd bij de Chinese autoriteiten voor uitzetting. Het belang van de Staat bij uitzetting weegt zwaarder dan het belang bij opheffing van de bewaring. Tegen de beslissing over schadevergoeding staat hoger beroep open.
Uitkomst: Bewaring van de minderjarige vreemdeling wordt gehandhaafd met de verplichting tot scheiding van volwassenen; beroep tegen bewaring en verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.