ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9318
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid inbewaringstelling vreemdeling wegens twijfel nationaliteit en manifest bedrog
De vreemdeling, die verklaarde Soedanese nationaliteit te bezitten, werd na nader onderzoek herkomstbepaling in bewaring gesteld omdat bleek dat hij waarschijnlijk niet uit Soedan, maar uit Nigeria afkomstig was. De rechtbank stelde vast dat het onderzoek noodzakelijk was vanwege twijfels over de opgegeven nationaliteit die na het nader gehoor waren gerezen.
De rechtbank vond dat de gebrekkige kennis van de vreemdeling over geografie, cultuur en taal van Soedan voldoende aanwijzingen gaf voor manifest bedrog. Dit, gecombineerd met het volharden in de onjuiste nationaliteit, leidde tot het oordeel dat er een ernstig vermoeden bestond dat de vreemdeling zich aan zijn uitzetting zou onttrekken. De vreemdeling had zich weliswaar altijd aan zijn meldplicht gehouden, maar dit vormde geen garantie voor toekomstig gedrag.
Verder oordeelde de rechtbank dat de werkwijze van verweerder, om alle vreemdelingen die Soedanese nationaliteit claimen aan nader onderzoek te onderwerpen, niet discriminerend is en niet in strijd met artikel 1 van Pro de Grondwet. Het verzoek tot opheffing van de bewaring en schadevergoeding werd afgewezen. De rechtbank vond dat de toepassing van de bewaring niet onredelijk was en dat er voldoende grond was voor de inbewaringstelling.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.