ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9326
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen buitenbehandelingstelling aanvraag verblijf minderjarige zonder mvv
Verzoeker, een minderjarige Marokkaanse vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning om bij zijn vader in Nederland te verblijven. De aanvraag werd buiten behandeling gesteld vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoeker betoogde dat hij vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder het ontbreken van opvang in Marokko en zijn familieomstandigheden, van het mvv-vereiste ontheven moest worden.
De president van de rechtbank overwoog dat de Staatssecretaris van Justitie beleidsvrijheid heeft bij het vaststellen van het mvv-beleid en dat het aanmerken van jonge kinderen zonder mvv als knelpunt niet automatisch leidt tot vrijstelling. De door verzoeker aangevoerde omstandigheden waren onvoldoende om een beroep op de hardheidsclausule te rechtvaardigen. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro en artikel 3, tweede lid, IVRK werd verworpen, mede omdat de terugkeer naar Marokko tijdelijk was en het gezinsleven niet definitief onmogelijk werd gemaakt.
De rechtbank concludeerde dat verzoeker en zijn zuster in staat geacht moeten worden tijdelijk zelfstandig in Marokko te verblijven, eventueel met ondersteuning van familie. De beslissing om de uitzetting niet achterwege te laten was rechtmatig en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de buitenbehandelingstelling van de aanvraag verblijf zonder mvv wordt afgewezen.