ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9327
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vanwege mogelijke schending artikel 3 EVRM
Verzoeker, een Srilankaanse vreemdeling die sinds 1994 in Nederland verblijft, verzocht om een vergunning tot verblijf. Na meerdere afwijzingen en bezwaarprocedures besloot verweerder de uitzetting niet achterwege te laten. Verzoeker vroeg de rechtbank om een voorlopige voorziening om de uitzetting te schorsen totdat op het bezwaar is beslist.
De rechtbank overwoog dat verweerder zijn discretionaire bevoegdheid om terug te komen op eerdere besluiten heeft uitgeoefend en deze voldoende heeft gemotiveerd. Echter achtte de president andere uitzettingsbeletselen aanwezig, met name de situatie in Sri Lanka die volgens recente informatie een te rooskleurig beeld schetst en mogelijk strijdig is met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank concludeerde dat verweerder niet in redelijkheid kon besluiten de uitzetting niet achterwege te laten en wees het verzoek tot voorlopige voorziening toe. Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het bezwaar is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt geschorst totdat op het bezwaar is beslist.