ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9335
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens onzorgvuldige belangenafweging
Eiser, van Belgische nationaliteit, werd in Zweden veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens invoer van amfetamine. Op grond hiervan werd zijn verblijfsvergunning in Nederland ingetrokken en werd hij ongewenst verklaard. De rechtbank beoordeelt dat de wijze waarop de vergelijkbare Nederlandse strafmaat werd vastgesteld onzorgvuldig is, omdat de telefonische informatie van de Officier van Justitie niet in het dossier aanwezig is en onduidelijk is welke gegevens daaraan ten grondslag lagen.
Daarnaast is onvoldoende gemotiveerd waarom het legaal verblijf van eiser wordt gerekend vanaf 1996, terwijl hij sinds 1980 feitelijk in Nederland verbleef en zijn gezinsleven zich geheel in Nederland afspeelt. De rechtbank acht aannemelijk dat verweerder destijds rekening hield met het eerdere verblijf en de gezinsbanden, maar nu niet meer.
De belangenafweging met betrekking tot artikel 8 EVRM Pro, die inmenging in het familie- en gezinsleven rechtvaardigt ter bescherming van de openbare orde, is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de Staat der Nederlanden aangewezen voor vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en ongewenstverklaring wordt vernietigd.