ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9457
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunning tot verblijf wegens niet voldoen aan paspoort- en middelenvereiste
Eiser, een Surinaamse vreemdeling, vroeg op 3 juli 1998 een vergunning tot verblijf aan voor verblijf bij zijn Nederlandse echtgenote. De aanvraag werd aanvankelijk niet tijdig beslist, waarna eiser bezwaar en beroep instelde. De kern van het geschil betrof de vraag of eiser voldeed aan de voorwaarden van het paspoortvereiste en het middelenvereiste zoals neergelegd in het Vreemdelingenbeleid.
Uit het dossier bleek dat eiser op het moment van aanvraag wel beschikte over een geldig paspoort, maar niet aan het middelenvereiste werd voldaan omdat zijn echtgenote C slechts tijdelijke arbeidsovereenkomsten had die niet voldeden aan het duurzaamheidscriterium. In de bezwaarfase voldeed eiser aan het middelenvereiste, maar had hij geen geldig paspoort. Hierdoor werd nooit tegelijkertijd aan alle toelatingsvoorwaarden voldaan.
De rechtbank oordeelde dat het paspoortvereiste een zelfstandige en absolute voorwaarde is en dat het ontbreken van een geldig paspoort een geldige grond is voor weigering. Ook het middelenvereiste was niet vervuld op het moment van aanvraag en in de bezwaarfase. Het latere vaste dienstverband van C was een nieuw feit na het bestreden besluit en kon daarom niet worden meegewogen. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro (recht op gezinsleven) faalde omdat er geen positieve verplichting tot toelating bestond en het gezinsleven ook buiten Nederland kon worden uitgeoefend. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet tegelijkertijd voldeed aan het paspoort- en middelenvereiste.