ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9458
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating en schorsing uitzetting op grond van tijdelijke regeling witte illegalen
Verzoeker, een Ghanese vreemdeling, diende een aanvraag in op grond van de Tijdelijke regeling witte illegalen (TBV 1999/23) voor toelating tot verblijf in Nederland. Verweerder wees deze aanvraag af omdat verzoeker niet voldeed aan de voorwaarden, met name het bezit van een sofi-nummer vanaf 1 januari 1992. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om schorsing van zijn uitzetting totdat op bezwaar zou zijn beslist.
De rechtbank overwoog dat het belang van verweerder bij onmiddellijke uitvoering van de uitzettingsbeslissing zwaarder woog dan het belang van verzoeker bij schorsing. Verzoeker kon niet aantonen dat hij sinds 1 januari 1992 onafgebroken woonplaats in Nederland had en niet dat hij vanaf die datum een sofi-nummer bezat. De rechtbank oordeelde dat het stellen van deze voorwaarde door verweerder niet onredelijk was, mede omdat door het bezit van een sofi-nummer een schijn van legaliteit werd gewekt.
Verder werd vastgesteld dat verzoeker niet voldeed aan de overige voorwaarden van de regeling en dat er geen klemmende humanitaire redenen waren om hem verblijf toe te staan. Het bezwaar had geen redelijke kans van slagen en de rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen en de uitzetting mocht worden uitgevoerd.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van uitzetting en toelating tot verblijf wordt afgewezen en het bezwaar wordt ongegrond verklaard.