ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9471
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en vergunning verblijf op humanitaire gronden wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging
Eiseres, een Syrische vrouw, diende een aanvraag in om toelating als vluchteling en een vergunning tot verblijf op grond van klemmende humanitaire redenen. De staatssecretaris wees haar aanvraag af wegens kennelijke ongegrondheid en het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij vanwege haar situatie in Irak en Syrië en haar gezondheidstoestand in Nederland wilde verblijven bij haar stiefzoons.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij als vluchteling kon worden aangemerkt. De ondervragingen en detenties in Syrië waren niet ernstig genoeg om te spreken van een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM Pro. Ook was er geen bewijs dat zij in Syrië of Irak een reëel risico liep op vervolging. De medische problemen waren niet gerelateerd aan haar situatie in haar landen van herkomst.
Daarnaast was het verwijzen van eiseres naar de korpschef voor een reguliere verblijfsaanvraag volgens de rechtbank rechtmatig en in overeenstemming met de Leemtewet en de vreemdelingencirculaire. Er bestaat geen recht op een gecombineerde aanvraag bij één instantie. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit in redelijkheid genomen kon worden en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en de vergunning op humanitaire gronden wordt ongegrond verklaard.