ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9736
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.J. van Uchelen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en bezwaar mvv-vereiste bij verblijfvergunning
Verzoekers, Turkse nationaliteit, hebben meerdere asielaanvragen ingediend die zijn afgewezen vanwege het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Na een aanvraag voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden werd deze buiten behandeling gesteld op grond van artikel 4:5 Awb Pro en artikel 16a Vreemdelingenwet.
Verzoekers stelden dat zij onterecht het mvv-vereiste werd tegengeworpen en dat toepassing van de hardheidsclausule op hun situatie van toepassing was, mede vanwege hun status als asielzoekers en de dreiging van uitzetting naar Turkije via Duitsland volgens het Dublinverdrag. De rechtbank oordeelde dat verzoekers niet voldeden aan vrijstellingscriteria en dat het mvv-vereiste terecht werd toegepast.
De president overwoog dat de hardheidsclausule slechts in zeer uitzonderlijke gevallen geldt en dat de situatie van verzoekers daartoe niet behoorde. De beoordeling of verzoekers terug moeten keren naar hun land van herkomst is aan de Duitse rechter, die de Dublinclaim heeft geaccepteerd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. De rechtbank benadrukte dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld en dat geen aanleiding bestaat voor vergoeding van kosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar wordt ongegrond verklaard.