ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9828
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Ollermann
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vrijheidsberoving bij uitzetting vreemdeling zonder duidelijke wettelijke grondslag
De vreemdeling, met Congolese nationaliteit, werd op 1 november 2000 opgeroepen om een beslissing op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning in ontvangst te nemen. Na ontvangst van deze beslissing werd hij tegen zijn wil vastgehouden en op dezelfde dag uitgezet naar Congo. De rechtbank oordeelt dat de toegepaste vrijheidsontneming niet duidelijk gebaseerd was op een wettelijke grondslag, wat een ernstige tekortkoming vormt gezien het ingrijpende karakter van de maatregel.
Verweerder kon niet aantonen dat de toegepaste werkwijze gangbaar of niet ongebruikelijk was, noch dat de vrijheidsbeperking conform de Vreemdelingenwet was. De rechtbank stelt dat de lijfsdwang die werd toegepast niet in overeenstemming was met de restricties uit de Vreemdelingencirculaire, die vereist dat lijfsdwang alleen mag plaatsvinden bij opeenvolgende handelingen ter effectuering van de uitzetting. De langdurige detentie van de vreemdeling tussen 8:30 en 17:30 uur roept twijfel op over de rechtmatigheid van de maatregel.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding toe en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open voor het beroep tegen het bevel tot in bewaringstelling, maar hoger beroep is mogelijk tegen de beslissing op het verzoek om schadevergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens onrechtmatige vrijheidsberoving en kent een schadevergoeding toe.