ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9834
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J. Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake weigering vergunning verblijf wegens criminele antecedenten
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een vergunning tot verblijf op grond van de tijdelijke regeling witte illegalen (TBV 1999/23). Deze aanvraag is afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie omdat verzoeker niet voldeed aan de voorwaarden, met name vanwege criminele antecedenten waaronder een transactie voor een misdrijf uit 1992.
Verzoeker betoogde dat hij sinds 1987 onafgebroken in Nederland verblijft, een aanzienlijk arbeidsverleden heeft, de Nederlandse taal redelijk spreekt en dat terugkeer naar Turkije vanwege zijn Koerdische afkomst strijd oplevert met het EVRM. Tevens voerde hij aan dat het beleid van de Staatssecretaris onredelijk is en dat er sprake is van ongelijke behandeling.
De president van de rechtbank oordeelde dat het beleid van de Staatssecretaris, dat aansluiting zoekt bij de Vreemdelingencirculaire en waarin criminele antecedenten zoals een aanvaard transactieaanbod en geldboetes als contra-indicaties gelden, niet onredelijk is. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van vergelijkbare gevallen met een afwijkende behandeling.
De rechtbank concludeerde dat verzoeker niet voldeed aan de voorwaarden van de TBV 1999/23 en dat het asielgerelateerde argument niet in deze procedure aan de orde kon komen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van een verblijfsvergunning wegens criminele antecedenten wordt afgewezen.