ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0047
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij aanvraag voortgezet verblijf na verbreking huwelijk
Verzoeker heeft na de feitelijke verbreking van zijn huwelijk binnen drie jaar een aanvraag ingediend voor voortgezet verblijf met het verrichten van arbeid in loondienst. Verweerder weigerde deze aanvraag en hanteerde daarbij direct het beleid voor eerste toelating, zonder de vereiste toetsing door de Algemene Directie van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie (ADA) uit te laten voeren.
De rechtbank constateert dat verweerder een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd door niet te toetsen of met de arbeid een wezenlijk Nederlands arbeidsmarktbelang werd gediend, zoals voorgeschreven in hoofdstuk B1/2.2.1 van de Vreemdelingencirculaire 1994. Tevens is de termijnoverschrijding voor het indienen van de aanvraag naar voorlopig oordeel verschoonbaar, mede omdat verzoeker door de Vreemdelingendienst werd afgehouden van het tijdig indienen.
De voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen, waarbij verweerder wordt verboden maatregelen tot uitzetting te treffen totdat op het bezwaar is beslist. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt vergoed door de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en verweerder wordt verboden verzoeker uit te zetten totdat op bezwaar is beslist.