ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0068
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H. Ollermann
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens Dublinclaim
Verzoekster diende een asielaanvraag in Nederland in, die door verweerder niet-ontvankelijk werd verklaard omdat België als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen op grond van de Dublinovereenkomst (OvD). Verzoekster stelde dat zij na een kort verblijf in België naar Angola was teruggekeerd en het Dublingebied had verlaten, waardoor Nederland verantwoordelijk zou moeten zijn.
De rechtbank stelde vast dat verweerder het vertrek van verzoekster naar Angola had beoordeeld op basis van artikel 10, derde lid, OvD, maar had nagelaten te onderzoeken of dit vertrek de claim bij België in de weg stond volgens artikel 5, vierde lid, OvD. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat verzoekster het grondgebied van de lidstaten niet minimaal drie maanden had verlaten.
Verder oordeelde de president dat verweerder zijn standpunt dat België verantwoordelijk is niet deugdelijk had onderbouwd en dat het besluit wezenlijke tekortkomingen vertoonde. Ook was onduidelijk of de omstandigheden die verzoekster na vertrek uit België overkwamen, buiten behandeling hadden mogen blijven.
De voorlopige voorziening werd toegewezen, waardoor verzoekster niet mocht worden uitgezet tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoekster mag niet worden uitgezet tot vier weken na de beslissing op bezwaar.