ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0100
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Ollermann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
De vreemdeling, met Marokkaanse nationaliteit, is op 3 en 5 april 2000 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. Eerdere beroepen tegen de bewaring zijn door de rechtbank ongegrond verklaard. Op 13 oktober 2000 stelde de vreemdeling opnieuw beroep in tegen de voortzetting van de bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat de rechtmatigheid van de bewaring reeds onherroepelijk is vastgesteld en dat nu alleen de rechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring aan de orde is. De vreemdeling stelde dat de bewaring onrechtmatig is omdat de Staatssecretaris van Justitie naliet een verzoek om versnelde behandeling van een voorlopige voorziening in te dienen, maar de rechtbank concludeert dat dit niet automatisch tot opheffing van de bewaring leidt. Daarbij weegt mee dat de vreemdeling geen vaste verblijfplaats heeft en niet heeft gereageerd op een verzoek tot motivering van het bezwaarschrift, waardoor dit niet-ontvankelijk werd verklaard.
Verder blijkt uit correspondentie dat de vreemdeling is gepresenteerd bij de Marokkaanse autoriteiten en dat er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank acht de voortzetting van de bewaring daarom rechtmatig en wijst het beroep ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, omdat geen onrechtmatigheid is vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.