ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0111
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Ollermann
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring vreemdeling wegens ontbreken manifest bedrog en matiging schadevergoeding
De vreemdeling, met Soedanese nationaliteit, werd op 26 oktober 2000 in bewaring gesteld wegens vermoedens van manifest bedrog bij zijn asielprocedure. Verweerder stelde dat de vreemdeling niet afkomstig was uit Soedan maar uit Nigeria, gebaseerd op verklaringen en een woordenlijst die overeenkomsten met de EDO-taal zouden tonen. De rechtbank oordeelde echter dat deze conclusie niet voldoende was onderbouwd, omdat geen taalanalyse of tolkbevestiging was geleverd.
De rechtbank vond dat het vereiste van onomstotelijkheid voor manifest bedrog ontbrak, waardoor de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was. Het beroep van de vreemdeling werd gegrond verklaard en de bewaring werd opgeheven met onmiddellijke ingang.
Daarnaast kende de rechtbank een schadevergoeding toe van f 50,- per dag, gematigd vanwege de niet-coöperatieve houding van de vreemdeling tijdens het gehoor en het verhinderen van een geplande presentatie bij de Soedanese autoriteiten. De totale schadevergoeding bedroeg f 800,-. Tevens werden de proceskosten van f 1420,- aan verweerder opgelegd, te vergoeden door de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: Bewaring vreemdeling onrechtmatig verklaard, schadevergoeding van f 800,- toegekend en proceskosten aan vreemdeling toegewezen.