ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0124
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.E. van den Steenhoven-Drion
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring vreemdelinge wegens overschrijding hoorplicht en toekenning schadevergoeding
De vreemdelinge, van Soedanese nationaliteit, was in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. Tegen deze bewaring werd op 6 december 2000 beroep ingesteld. Volgens artikel 34a, tweede lid, Vw moet de vreemdeling uiterlijk twee weken na ontvangst van het beroepschrift door de rechtbank in persoon worden gehoord. De rechtbank ontving het beroepschrift op 6 december 2000, waardoor de vreemdelinge uiterlijk op 20 december 2000 had moeten worden gehoord.
De zitting gepland op 19 december 2000 ging niet door omdat de vreemdelinge niet was aangevoerd. De zaak werd verdagen naar 28 december 2000, wat na het verstrijken van de wettelijke termijn was. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake was van overmacht die deze vertraging rechtvaardigt. Hierdoor is de bewaring onrechtmatig vanaf 21 december 2000.
De gemachtigde van de staatssecretaris voerde aan dat de bewaring niet onrechtmatig was omdat de vorige raadsman niet tegen de verdaging was en er sprake zou zijn van overmacht, maar dit werd door de rechtbank verworpen. Gezien de omstandigheden, waaronder de levensomstandigheden van de vreemdelinge, kent de rechtbank een schadevergoeding van ƒ 1.050,-- toe ten laste van de Staat der Nederlanden.
De rechtbank beveelt tevens de opheffing van de bewaring met ingang van de uitspraakdatum en veroordeelt de verweerder in de proceskosten. Tegen de beslissing inzake schadevergoeding staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: De bewaring wordt onrechtmatig verklaard vanaf 21 december 2000, opgeheven en een schadevergoeding van ƒ 1.050,-- toegekend.