ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0211
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting op grond van witte illegalenbeleid
Verzoekers, beiden Turks staatsburger, dienden aanvragen in voor een verblijfsvergunning op basis van de tijdelijke regeling witte illegalen. Verweerder wees deze af vanwege niet voldoen aan het woonplaats- en sofi-nummervereiste. Verzoekers vroegen schorsing van hun uitzetting totdat op bezwaar was beslist.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom een verblijfsgat aan het begin van de toetsperiode niet als tijdelijke onderbreking kon gelden. Echter, verweerder had onvoldoende onderzocht of er overige klemmende humanitaire redenen waren om verblijf te weigeren. Ook was de beslissing om niet te horen niet gemotiveerd en daarmee onrechtmatig.
Gezien de omstandigheden, waaronder langdurige integratie en medische problematiek, achtte de rechtbank de bezwaren niet kansloos. Het belang van verzoekers bij schorsing van uitzetting woog zwaarder dan dat van verweerder bij onmiddellijke uitvoering. De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen en verweerder werd veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: Verzoek om schorsing van uitzetting wordt toegewezen vanwege onvoldoende motivering en mogelijke humanitaire gronden.