ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0319
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van driejarenbeleid voor Tamil uit Sri Lanka
Eiser, een Tamil uit Sri Lanka, heeft in november 1994 een aanvraag gedaan voor toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning. Deze aanvragen zijn door verweerder afgewezen, waarna eiser beroep en bezwaar instelde. Diverse procedures en uitspraken volgden, waaronder heropening van het onderzoek vanwege vragen over de situatie van Tamils in Sri Lanka. In november 1998 diende eiser een aanvraag in op grond van het driejarenbeleid, dat voorziet in een verblijfsvergunning indien sprake is van minimaal drie jaar relevant tijdsverloop.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat niet is voldaan aan het criterium van drie jaar relevant tijdsverloop. De rechtbank oordeelt dat de periode van uitstel van vertrek vanwege proceseconomische redenen niet als relevant tijdsverloop geldt, tenzij er ook beleidsmatige redenen waren. In dit geval is het beleidsmatige uitstel van vertrek voor Tamils per 13 maart 1997 beëindigd. De rechtbank stelt vast dat het relevante tijdsverloop voor eiser circa 2 jaar en 7 maanden bedraagt, onvoldoende voor een vergunning op grond van het driejarenbeleid.
Eiser voerde aan dat de tijd in beroep ook als relevant tijdsverloop moet worden gezien omdat het beroep niet binnen zes maanden werd behandeld en verweerder niet op spoed had aangedrongen. De rechtbank volgt dit niet en acht het beleid en de toepassing daarvan niet onredelijk of willekeurig. Ook het fictief beoordelen van een voorlopige voorziening leidt niet tot een ander oordeel.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht de aanvraag heeft geweigerd en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor vergoeding van kosten of griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid wordt ongegrond verklaard.