ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0331
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring voormalig EU-onderdaan zonder vertrektermijn
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een zaak waarin een voormalig EU-onderdaan werd aangehouden en in bewaring gesteld zonder dat hem een vertrektermijn was gegund. De vreemdeling was op 19 juli 2000 aangehouden en dezelfde dag in bewaring gesteld. Volgens de rechtbank vereist de nationale regelgeving dat vertrektermijnen niet van rechtswege ingaan, maar expliciet worden aangezegd. De stelling van verweerder dat de vertrektermijn van vier weken automatisch was verstreken, werd niet gevolgd.
De rechtbank stelde vast dat de vreemdeling ten tijde van de inbewaringstelling geen actuele bedreiging van de openbare orde vormde en ook niet meer de status van gemeenschapsonderdaan bezat. Wel had hij eerder als zodanig gewerkt en was hij na afloop van een zoektermijn van zes maanden niet meer beschermd. De rechtbank concludeerde dat de vreemdeling een vertrektermijn van vier weken had moeten krijgen voordat hij in bewaring werd gesteld.
De bewaring werd daarom onrechtmatig geoordeeld. De rechtbank kende de vreemdeling een schadevergoeding toe van tweehonderd gulden voor één dag ten onrechte doorgebrachte bewaring en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Tegen dit oordeel staat hoger beroep open voor het deel over schadevergoeding.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de bewaring onrechtmatig was wegens het ontbreken van een vertrektermijn en kent een schadevergoeding van tweehonderd gulden toe.