ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0334
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring en legitimatieplicht vreemdeling bij zedencontrole in prostitutiebedrijf
De vreemdeling werd aangehouden na een zedencontrole in een raamprostitutiebedrijf te Amsterdam, waarbij zij een vermoedelijk vals paspoort toonde. De verbalisanten waren bevoegd op grond van artikel 151a Gemeentewet en de Amsterdamse APV om legitimatie te vorderen zonder dat een vermoeden van overtreding vereist is.
De vreemdeling voerde aan dat de aanhouding onrechtmatig was, onder meer omdat onduidelijk was wie de verbalisanten waren en omdat het pand tevens haar woning zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de verbalisanten adequaat waren aangewezen en dat het binnentreden in het pand niet in strijd was met de wet, mede omdat het woonadres van de vreemdeling elders lag.
Verder werd geoordeeld dat de vreemdeling niet aannemelijk maakte dat haar Sierraleoonse afkomst uitzetting zou verhinderen, aangezien haar identiteit nog niet definitief was vastgesteld. De bewaring werd als rechtmatig beoordeeld en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.