ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0668
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige aanhouding en bewaring vreemdeling wegens gebrek aan redelijk vermoeden van schuld
De vreemdeling, van Slowaakse nationaliteit, werd op 10 december 2000 aangehouden op verdenking van overtreding van artikel 311.4 en 416.1 Wetboek van Strafrecht. De aanhouding vond plaats nadat verbalisanten een melding kregen over vier mannen die veel belangstelling toonden voor woningen en een verdachte handeling verrichtten, waaronder het wegtrappen van een schroevendraaier.
De rechtbank beoordeelde dat er op het moment van aanhouding geen redelijk vermoeden van schuld bestond. Hierdoor was de staandehouding van de vreemdeling niet rechtmatig volgens artikel 19, lid 1, van de Vreemdelingenwet. De bewaring die daarop volgde werd daarom ook als onrechtmatig beschouwd.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe voor tien dagen onrechtmatige bewaring, bestaande uit acht dagen in een politiecel en twee dagen in een Huis van Bewaring, ter hoogte van f 1.900,-. Tevens werden de proceskosten van de vreemdeling aan de zijde van de Staat der Nederlanden opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open voor het beroep tegen het bevel tot in bewaringstelling, maar hoger beroep is mogelijk tegen de schadevergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent schadevergoeding toe wegens onrechtmatige aanhouding en bewaring.