ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0678
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag en vrijheidsontneming wegens risico op straf in Iran
Verzoeker, een Iraanse nationaliteit dragende man, werd in Iran gezocht wegens overspel met een gehuwde vrouw en riskeert een straf van 100 zweepslagen. Na mishandeling en detentie wist hij te ontsnappen en vluchtte hij via Schiphol naar Nederland, waar zijn asielaanvraag werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat het relaas van verzoeker in essentie geloofwaardig is, ondanks enkele tegenstrijdigheden en ongeloofwaardigheden die onvoldoende zijn om het geheel te verwerpen.
De rechtbank stelt vast dat de straf van 100 zweepslagen een onevenredige bestraffing vormt en dat de kans op vervolging reëel is. De AC-procedure is niet geschikt voor deze zaak omdat niet met zekerheid kan worden uitgesloten dat verzoeker gevaar loopt bij terugkeer. Tevens wordt geoordeeld dat de vrijheidsontnemende maatregel ongrond is en dient te worden opgeheven.
De rechtbank vernietigt de beschikking van 15 november 2000, draagt verweerder op een nieuwe beslissing te nemen, wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Daarnaast wordt de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor de vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven.