ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0682
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring vreemdeling
De vreemdeling, van Algerijnse origine, was meerdere perioden in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. Na eerdere ongrondverklaring van beroep tegen bewaring in 1999, is hij opnieuw in bewaring gesteld van 21 september 2000 tot 10 oktober 2000. De vreemdeling stelde beroep in tegen de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring tot 5 oktober 2000 rechtmatig was, mede vanwege een strategische denkpauze van circa veertien dagen die de overheid mocht nemen om te onderzoeken of de vreemdeling aan een ander land kon worden gepresenteerd. De vreemdeling had het onderzoek gefrustreerd door te blijven volhouden Algerijn te zijn, terwijl de Algerijnse autoriteiten dit ontkenden.
De bewaring van 5 tot en met 9 oktober 2000 werd onrechtmatig geacht, waarna de rechtbank een schadevergoeding van vijf dagen à f. 150 per dag toekende, totaal f. 750. Tevens werden proceskosten van f. 710 toegewezen. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor het deel betreffende de schadevergoeding.
Uitkomst: De rechtbank kent een schadevergoeding toe voor vijf dagen onrechtmatige bewaring van de vreemdeling in oktober 2000.