ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0686
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting bewaring vreemdeling ondanks plaatsgebrek in speciaal Huis van Bewaring
De vreemdeling, met Algerijnse nationaliteit, is sinds 31 juli 2000 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. Na eerdere afwijzing van een verzoek tot opheffing van de bewaring, is opnieuw beroep ingesteld tegen de voortzetting van de vrijheidsbenemende maatregel. De rechtbank stelt vast dat de rechtmatigheid van de bewaring als zodanig reeds onherroepelijk is vastgesteld.
Het geschil betreft de rechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring en het regime waaronder deze wordt uitgevoerd. De vreemdeling klaagt over de duur van de bewaring en het feit dat hij niet in een speciaal voor vreemdelingen ingericht Huis van Bewaring is geplaatst, wat volgens hem een onevenredig zwaar regime oplevert. De rechtbank overweegt dat ondanks de langere duur van de bewaring er nog voldoende zicht is op uitzetting binnen redelijke termijn en dat de overheid voldoende voortvarend handelt.
Verder acht de rechtbank het niet onrechtmatig dat de bewaring niet in een speciaal Huis van Bewaring voor vreemdelingen plaatsvindt, mede gelet op het plaatsgebrek en de bereidheid van de overheid om dit te onderzoeken. De klacht over het regime is pas ter zitting ingebracht terwijl eerder geen gebruik werd gemaakt van deze mogelijkheid. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt niet opgeheven.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de bewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt niet opgeheven.