ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0687
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring na negen maanden vanwege frustratie identiteitsonderzoek en strafbare feiten
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, was sinds 7 maart 2000 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet in verband met uitzetting. Na negen maanden en drie weken werd de bewaring voortgezet, ondanks dat eiser het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit frustreerde en veroordeeld was voor ernstige strafbare feiten.
Eiser stelde dat de bewaring niet langer gerechtvaardigd was omdat inmiddels tien maanden waren verstreken en verweerder onvoldoende voortvarend was in het onderzoek. Verweerder voerde aan dat de bewaring nog steeds gerechtvaardigd was vanwege lopende procedures bij de Marokkaanse autoriteiten en het belang bij uitzetting.
De rechtbank overwoog dat na zes maanden vrijheidsontneming het belang van eiser om in vrijheid te worden gesteld doorgaans zwaarder weegt dan het belang van voortzetting van bewaring. Hoewel uitzonderingen mogelijk zijn, was in dit geval onvoldoende gebleken van argumenten die een voortzetting langer dan negen maanden rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep van eiser gegrond verklaard en de bewaring opgeheven per 29 december 2000. Tevens werd eiser een schadevergoeding toegekend van ƒ 3.300,- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en werden de proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven per 29 december 2000 en hij ontvangt een schadevergoeding van ƒ 3.300,-.