ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0927
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring bewaring vreemdeling bij dubbele nationaliteitsvermoedens
De vreemdeling is op 18 juli 2000 gepresenteerd bij de Algerijnse autoriteiten, die de aanvraag voor een laissez-passer in behandeling hebben genomen. Vervolgens vond op 28 juli 2000 een presentatie plaats bij de Marokkaanse autoriteiten, die eveneens de aanvraag in behandeling namen. De vreemdeling weigerde meerdere keren mee te werken aan nader gehoor over zijn identiteit en nationaliteit.
De gemachtigde van de vreemdeling voerde aan dat voortduring van de bewaring niet langer gerechtvaardigd is, omdat uitzetting op korte termijn niet verwacht kan worden en gelijktijdige presentaties bij beide landen volgens hem gedoemd zijn te mislukken. Verweerder stelde dat gelijktijdige presentaties alleen plaatsvinden bij concrete aanwijzingen voor dubbele nationaliteit, en dat het onderzoek zorgvuldig wordt gevolgd met regelmatige rappels.
De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende voortvarendheid betracht en dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt. De vertraging door de weigering van de vreemdeling tot medewerking is voor zijn eigen rekening. De voortduring van de bewaring is niet in strijd met de Vreemdelingenwet en niet onredelijk. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortduring van de bewaring wordt ongegrond verklaard.