ECLI:NL:RBSGR:2000:AB1181
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- M.C.R. Derkx
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en bezwaar toelating Soedanese Nuba-vreemdeling
Verzoeker, een Soedanese vreemdeling behorend tot de Nuba-bevolkingsgroep, heeft een aanvraag ingediend voor toelating als vluchteling in Nederland. Hij vreesde vervolging vanwege zijn afkomst en vermeende dienstweigering, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken.
De president van de rechtbank overwoog dat verzoeker gedurende acht jaar in Noord-Soedan heeft verbleven zonder negatieve bejegening door autoriteiten en dat hij tijdens vier jaar verblijf in Libië geen oppositionele activiteiten ontplooide. Ook kreeg hij een paspoortverlenging via de Soedanese ambassade, wat duidt op afwezigheid van negatieve aandacht.
De rechtbank oordeelde dat verzoekers vrees voor vervolging niet gegrond is en dat de staatssecretaris terecht de uitzetting niet heeft opgeschort. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er was geen aanleiding voor kostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen; uitzetting wordt niet opgeschort.