ECLI:NL:RBSGR:2000:AB1230
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- G.W.S. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-toelating vluchteling en opheffing vrijheidsontneming
De zaak betreft een Iraakse Chaldeeuwse christen die beroep instelde tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie om zijn asielaanvraag wegens kennelijke ongegrondheid te weigeren en tegen de voortzetting van een vrijheidsontnemende maatregel. De rechtbank overwoog dat de jurisprudentie over verblijfsalternatieven in Noord-Irak voor deze groep uiteenloopt, waardoor niet buiten twijfel staat dat de zaak binnen de versnelde AC-procedure kan worden behandeld.
De rechtbank oordeelde dat de overschrijding van de voorbereidingstermijn voor het nader gehoor niet gecompenseerd kan worden met de kortere nabesprekingstijd, maar dat de beschikking tijdig was genomen omdat de procedureklok stil stond bij overschrijding. Het beroep tegen de weigering van toelating werd gegrond verklaard en de beschikking vernietigd, met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.
Tevens werd het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel gegrond verklaard en onmiddellijke opheffing bevolen, omdat de grondslag voor voortzetting na de beslissing op de aanvraag was komen te ontbreken. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten, die conform het Besluit proceskosten bestuursrecht werden vastgesteld en betaald aan de griffier. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van toelating is gegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel is opgeheven.