ECLI:NL:RBSGR:2000:AB1419
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beslissing over schorsende werking bezwaar tegen intrekking voorwaardelijke vergunning verblijf Iraakse vreemdeling
Verzoeker, een Iraakse vreemdeling, had een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) in Nederland, die door verweerder werd ingetrokken op grond van een beleidswijziging. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze intrekking en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen zolang het bezwaar nog niet was behandeld.
De rechtbank overwoog dat verweerder de beslissing om de uitzetting niet op te schorten pas geruime tijd na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn nam, zonder dat bijzondere omstandigheden of het afwachten van jurisprudentieontwikkelingen dit rechtvaardigden. Daarom moest de uitzetting worden opgeschort gedurende de bezwaarprocedure.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat het onderzoek van de Koninklijke Marechaussee naar de authenticiteit van het door verzoeker overgelegde Iraakse identiteitsbewijs was gebaseerd op een veronderstelling, waardoor verweerder niet zonder nadere motivering mocht twijfelen aan de oprechtheid van de asielmotieven.
Het beroep van verzoeker tegen de intrekking van de vvtv werd ongegrond verklaard, maar het verzoek om de uitzetting op te schorten werd toegewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de Staat werd aangewezen als rechtspersoon voor vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt opgeschort zolang het bezwaar tegen de intrekking van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf aanhangig is.