ECLI:NL:RBSGR:2000:AB1420
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking vluchtelingenstatus wegens verstrekken onjuiste gegevens door Iraakse asielzoeker
Eiser, een Iraakse Koerdische asielzoeker, had in Nederland een vluchtelingenstatus gekregen, maar deze werd ingetrokken omdat hij had verzwegen dat hij eerder in Duitsland asiel had aangevraagd onder een andere naam en met andere motieven. De rechtbank oordeelde dat deze onjuiste gegevens verstrekt waren in de zin van artikel 15, derde lid, juncto artikel 14, eerste lid onder a, van de Vreemdelingenwet.
Eiser stelde dat zijn asielmotieven in Nederland op waarheid berusten, maar kon dit niet onderbouwen en had bovendien in Duitsland een afwijkend asielrelaas gegeven. Verweerder mocht daarom het Nederlandse verhaal niet geloven. Ook was het onwaarschijnlijk dat eiser met de juiste gegevens in Nederland zou zijn toegelaten, omdat hij dan waarschijnlijk naar Duitsland zou zijn teruggestuurd.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de vluchtelingenstatus had ingetrokken en dat het beroep ongegrond was. Getuigenverklaringen veranderden niets aan dit oordeel. Er werden geen proceskosten toegewezen.
De uitspraak bevestigt dat het verzwijgen van eerdere asielaanvragen en het verstrekken van onjuiste gegevens kan leiden tot intrekking van de vluchtelingenstatus, ook als de asielmotieven in Nederland op waarheid zouden berusten.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vluchtelingenstatus wordt ongegrond verklaard.