ECLI:NL:RBSGR:2000:AB1421
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I. El Haddouchi
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onvoldoende bewijs verblijfsrecht Griekenland
Eiser, van Ghanese nationaliteit, werd op 6 oktober 2000 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. Hij stelde dat hij een geldige verblijfsvergunning voor Griekenland had, maar verweerder kon dit niet bevestigen omdat hij nagelaten had nadere informatie bij de Griekse autoriteiten in te winnen.
De rechtbank schortte het onderzoek op 17 oktober 2000 om verweerder de gelegenheid te geven de verblijfsstatus van eiser te verifiëren. Verweerder heeft dit echter niet gedaan, waardoor de rechtbank niet kon vaststellen of eiser gerechtigd was in Griekenland te verblijven.
Hierdoor oordeelde de rechtbank dat de bewaring onrechtmatig was en verklaarde het beroep gegrond. De bewaring werd met onmiddellijke ingang opgeheven en eiser werd een schadevergoeding van ƒ 3.050,- toegekend. Tevens werden de proceskosten van ƒ 1.775,- aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens onvoldoende bewijs van verblijfsrecht en een schadevergoeding van ƒ 3.050,- wordt toegekend.