ECLI:NL:RBSGR:2000:AB1685
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.J. Buijsman
- Rechtspraak.nl
Weigering voorwaardelijke vergunning tot verblijf wegens verblijf in derde land niet deugdelijk gemotiveerd
Eiser, van Afghaanse nationaliteit en behorend tot de Tadzjiekse bevolkingsgroep, vroeg asiel aan in Nederland. Verweerder weigerde een vergunning tot verblijf, waaronder een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv), mede op grond van eisers verblijf in Pakistan gedurende anderhalf jaar. Dit beleid was neergelegd in TBV 1998/30. De Rechtseenheidskamer oordeelde dat dit beleid niet redelijk was vastgesteld, waarna verweerder het beleid aanpaste in TBV 2000/16, geldig vanaf 1 augustus 2000.
De rechtbank toetst echter niet aan het nieuwe beleid omdat dit na de bestreden beschikking dateert en de grondslag van het besluit niet in het verweerschrift gewijzigd mag worden. De rechtbank oordeelt dat het besluit ondeugdelijk gemotiveerd is en in strijd met de hoorplicht van artikel 7:2 Awb Pro tot stand is gekomen. Eiser had gehoord moeten worden over het onthouden van de vvtv.
Verder concludeert de rechtbank dat eiser geen vluchtelingenstatus toekomt omdat zijn vrees voor vervolging onvoldoende aannemelijk is. Ook zijn verblijf in Pakistan, waar hij gedoogd werd, sluit de vvtv uit. De rechtbank verklaart het beroep gegrond voor zover het de weigering van de vvtv betreft, vernietigt dat gedeelte van het besluit en draagt verweerder op een nieuwe beschikking te geven. Tevens worden griffierecht en proceskosten aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de weigering van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf en het besluit wordt vernietigd.