ECLI:NL:RBSGR:2000:AD7009
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.R.A. Verwoerd
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit, kreeg in 1996 een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn Britse partner. In 1999 werd deze vergunning ingetrokken door verweerder op basis van vermeende overgelegde frauduleuze documenten. Eiser betwistte dit en stelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de authenticiteit van de documenten en dat de brief van de ambassade niet aan hem was gericht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende zorgvuldigheid had betracht door niet te verifiëren welke documenten frauduleus waren verklaard en dat het motiveringsbeginsel was geschonden. Hoewel verweerder mocht twijfelen aan de authenticiteit van de documenten, had hij dit beter moeten onderbouwen. De rechtbank vernietigde daarom de intrekkingsbeschikking.
Desondanks bepaalde de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, omdat nader onderzoek later bevestigde dat de echtscheidingsakte vervalst was. De rechtbank vond dat de belangenafweging tussen het recht op family-life en het restrictieve toelatingsbeleid terecht in het voordeel van verweerder uitviel.
Het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten aan eiser. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken op 5 december 2000.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.