ECLI:NL:RBSGR:2001:AA9603
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen buitenbehandelingstelling verblijfsaanvragen wegens ontbreken geldige machtiging
Verzoekers, allen van Russische nationaliteit, dienden aanvragen in voor een vergunning tot verblijf op humanitaire gronden. Verweerder stelde deze aanvragen buiten behandeling omdat verzoekers niet beschikten over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoekers voerden aan dat zij niet in staat waren de benodigde formulieren in te vullen omdat zij in vreemdelingenbewaring zaten en geen contact mochten opnemen met hun advocaat.
De president van de rechtbank overwoog dat verzoekers mogelijk niet de gelegenheid hadden gekregen om het verzuim te herstellen, zoals vereist volgens de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder stelde dat verzoekers wel contact konden opnemen met hun gemachtigde, maar dit werd betwist en onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat nader onderzoek nodig is en dat de belangen van verzoekers zwaarder wegen, zodat de uitzetting moest worden opgeschort en het verzoek om voorlopige voorziening werd toegewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door de fungerend president en is onherroepelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt opgeschort.