ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0043
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.E. Dettmeijer-Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering vergunning verblijf op grond van tijdelijke regeling witte illegalen
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, verzocht om een vergunning tot verblijf op grond van de tijdelijke regeling witte illegalen (TBV 1999/23). Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden, waaronder het niet zijn uitgezet sinds 1 januari 1992. Eiser was echter in 1996 en 1997 uitgezet, hetgeen hij ook erkende.
De rechtbank overwoog dat de inherente afwijkingsbevoegdheid van verweerder, zoals bedoeld in artikel 4:84 Awb Pro, slechts beperkt van toepassing is binnen het witte illegalenbeleid. Factoren als langdurig verblijf en integratie kunnen geen bijzondere omstandigheden vormen om van het beleid af te wijken, omdat deze reeds in het beleid zijn meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat de weigering om eiser toe te laten niet onevenredig is in verhouding tot de beleidsdoelen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die gebruik van de afwijkingsbevoegdheid rechtvaardigen. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond en wordt het onderzoek gesloten op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld. De rechtbank zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen aan een van de partijen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een verblijfsvergunning op grond van de tijdelijke regeling witte illegalen wordt ongegrond verklaard.