ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0081
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van aanvraag verblijfsvergunning op humanitaire gronden wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eisers, onderdanen van de Democratische Republiek Congo, hebben sinds 1993 in Nederland verbleven en meerdere aanvragen ingediend voor verblijfsvergunningen, waaronder op grond van humanitaire redenen. In een eerdere procedure werd hun asielverzoek afgewezen vanwege ernstige twijfels aan de geloofwaardigheid van hun relaas.
Na een nieuwe aanvraag voor een vergunning wegens humanitaire redenen, waarbij eiseres medische behandeling nodig had, verleende de overheid een tijdelijke vergunning met beperkingen. Eisers stelden dat deze vergunning feitelijk een erkenning van hun aanvraag was. De rechtbank onderzocht het dossier grondig, inclusief vertrouwelijke ambtsberichten en medische stukken.
De rechtbank concludeerde dat het asielrelaas van eisers niet slechts twijfelachtig was, maar als apert leugenachtig moest worden beschouwd, mede gebaseerd op een brief van een vertrouwenspersoon die het relaas onderuit haalde. Medische documenten werden als anamnestisch en onvoldoende objectief beoordeeld. Er waren geen andere klemmende humanitaire redenen om de vergunning te verlenen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde zij het besluit van de Staatssecretaris van Justitie om de gevraagde verblijfsvergunning niet toe te kennen.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de weigering van een verblijfsvergunning op humanitaire gronden wordt ongegrond verklaard.