ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0090
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens onvoldoende onderzoek geloofwaardigheid
Verzoekers, van Azeri afkomst en met Armeense nationaliteit, vroegen asiel aan na ernstige bedreigingen en mishandelingen vanwege hun etnische achtergrond. Hun zoon werd gedood door militairen, wat aanleiding gaf tot hun vlucht. Verweerder wees hun aanvragen af wegens kennelijke ongegrondheid op grond van het ontbreken van documenten ter staving van hun relaas.
De president oordeelde dat de verklaringen van verzoekers uitgebreid, consistent en samenhangend waren en pasten binnen het beeld van de situatie in Armenië. Hoewel er vragen waren, konden de verklaringen niet als ongeloofwaardig worden bestempeld en het ontbreken van documenten was niet volledig aan verzoekers toe te rekenen.
De AC-procedure, bedoeld voor kennelijk ongegronde aanvragen die snel kunnen worden afgehandeld, was hier niet passend. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen, waardoor verzoekers niet mochten worden uitgezet tot vier weken na de beslissing op bezwaar.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid en nader onderzoek in asielprocedures waarbij geloofwaardigheid centraal staat.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoekers mogen niet worden uitgezet tot vier weken na de beslissing op bezwaar.