ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0210
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit vreemdeling op grond van witte-illegalenbeleid
Verzoeker, een Marokkaanse vreemdeling die sinds 1988 in Nederland verblijft, heeft een vergunning tot verblijf aangevraagd op grond van het witte-illegalenbeleid. Zijn aanvraag werd aanvankelijk buiten behandeling gesteld vanwege het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf. Na bezwaar werd de aanvraag alsnog in behandeling genomen, maar niet ingewilligd. Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht de president van de rechtbank om schorsing van de uitzetting totdat op het bezwaar was beslist.
De rechtbank overweegt dat het oude witte-illegalenbeleid tot eind 1997 gold, terwijl het nieuwe beleid (TBV 1999/23) vanaf oktober 1999 van kracht is. Verzoekers aanvraag viel in een overgangsperiode. Hoewel verzoeker gebruik heeft gemaakt van valse documenten en een strafblad heeft, was dit ten tijde van zijn aanvraag niet als contra-indicatie geformuleerd. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.
Gelet op het belang van verzoeker bij schorsing en het onvoldoende gemotiveerde besluit van verweerder, wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en de griffierechten worden vergoed door de Staat.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om schorsing van de uitzetting toe totdat op het bezwaar is beslist.