ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0322
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing artikel 3 EVRM bij overdracht asielzoeker aan Portugese autoriteiten
Verzoeker, een Angolese asielzoeker, werd bij aankomst in Nederland de toegang geweigerd en werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Verweerder legde een Dublinclaim bij Portugal, dat verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de asielaanvraag. Verzoeker stelde dat overdracht aan Portugal in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro, verwijzend naar het risico op onmenselijke behandeling.
De rechtbank stelde vragen aan verweerder over de Portugese asielprocedure en de toepassing van artikel 3 EVRM Pro door de Portugese autoriteiten. Uit de beantwoording bleek dat Portugal artikel 3 EVRM Pro in zijn nationale wetgeving heeft geïntegreerd en procedurele waarborgen biedt, waaronder beroep met schorsende werking bij de eerste instantie en de mogelijkheid tot verzoek om schorsing bij de administratieve rechtbank.
De rechtbank concludeerde dat er geen aanwijzingen zijn dat de Portugese wetgeving onvoldoende bescherming biedt tegen schending van artikel 3 EVRM Pro. Ook het feit dat Portugal geen uitstel-van-vertrekbeleid voert voor Angolese asielzoekers leidt niet tot een ander oordeel, aangezien niet in alle gevallen een risico op schending bestaat.
De rechtbank wees het beroep van verzoeker af en verwierp het verzoek om voorlopige voorziening, waarbij zij direct uitspraak deed in de hoofdzaak op grond van artikel 8:86 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.